Effect van stamschot op de temperatuur van de bast in kaart brengen.
Dit pilot-project voeren we samen met de gemeente Rotterdam uit en beslaat meerdere jaren.
Bomen in de stad hebben het moeilijk met extreme temperaturen. Grote schommelingen in hitte en kou, hevige regenbuien, afgewisseld door lange droogte. Bomen passen zich aan, maar het tempo ligt steeds hoger. Ook in onze havenstad Rotterdam. En Rotterdam is zuinig op haar bomen. Daarom starten we samen een pilot om de stamtemperatuur van de bomen te meten.
Door hitte kan de bast flink opwarmen. Oorzaken kunnen directe zonnestralen op de bast zijn, maar kan ook weerkaatsing van hitte van asfalt, verharding, of van gebouwen zijn, dit noemen we omgevingsstraling. Boomsoorten met een dunne en gevoelige bast hebben hier erg veel last van. Denk aan linde, beuk en esdoorn. De sapstroom onder de bast wordt namelijk kokend heet. Dit kan op den duur tot bastschade leiden. De bast barst open en de boom is zijn beschermende velletje kwijt; bacteriën en schimmels krijgen vrij spel.
Daarom zijn we samen met Rotterdam een pilot gestart om stamtemperatuurmetingen te doen. Een hele mond vol. Maar het idee is eenvoudig. Meerdere jaren, jaarrond, meten we met temperatuursensoren de werkelijke temperatuur op de bast is. We gebruiken hiervoor compacte sensoren die meerdere keren per dag de gegevens doorsturen. Daarbij vergelijken we bomen met stamschot met bomen waarvan het stamschot is verwijderd. Stamschot, of waterlot, zijn de jonge twijgen op het takvrije gedeelte van de stam. We onderzoeken of deze jonge twijgen extreme opwarming van de bast voorkomen.
Het projectgebied bestaat uit verschillende boomsoorten met wisselende grootte. Door bomen met stamschot en bomen zonder stamschot te monitoren, krijgen we een goed beeld van het verschil in temperatuur. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen vervolgens weer effect hebben op de uitvoering van het boomonderhoud.